85 begrippen, elk met een korte uitleg, een langere uitleg en een concreet voorbeeld. Geen jargon om jargon uit te leggen.
Een strategie testen op historische data.
Negatief/dalend. Verkopers hebben de controle.
De prijs waarvoor je kunt verkopen.
Het dikke deel van een candle, van open tot close.
De prijs beweegt door een belangrijk niveau heen.
Positief/stijgend. Kopers hebben de controle.
Een staafje dat open, high, low en close van een periode laat zien.
De testfase van een prop firm.
Vaste vergoeding per trade bovenop de spread.
Geen enkele dag mag te groot deel van je totale winst zijn.
De eenheid van een future.
Automatisch trades van een ander account kopiëren.
Consumer Price Index: de inflatiemeter.
Bitcoin, Ethereum etc. 24/7 open.
Een breakout die direct weer mislukt.
Rentebesluit van de Amerikaanse centrale bank (Fed).
Fear of missing out: instappen omdat je bang bent iets te missen.
Valutamarkt: EUR/USD, GBP/USD, USD/JPY etc.
Een strategie live testen zonder echt geld.
Gestandaardiseerde contracten op een centrale beurs (CME).
Met weinig eigen geld een grote positie besturen.
Orders (vaak stop losses) die rond duidelijke niveaus liggen.
De prijs raakt stops net voorbij een niveau en draait om.
De uren waarin beide sessies open zijn.
Kopen. Je verdient als de prijs stijgt.
De grootte van je positie in forex.
Een top die lager is dan de vorige top.
Een bodem die lager is dan de vorige bodem.
Traden met nepgeld op een echt platform.
Uitbetaling van je winstdeel bij een prop firm.
Candle met een lange wick en kleine body: afwijzing van een prijs.
De standaard prijsstap in forex: 0,0001.
Eén hele eenheid bij indices en goud.
Hoeveel lots of contracten je opent, berekend vanuit je risico.
Producer Price Index: inflatie aan de kant van producenten.
Totale winst gedeeld door totaal verlies.
De winst die je moet halen om een challenge te slagen.
Bedrijf dat je kapitaal laat traden na een evaluatie.
Je resultaat uitgedrukt in eenheden van je risico.
Zijwaartse markt tussen support en resistance.
Centrale banken bepalen de rente; markten reageren fors.
Prijszone waar de stijging eerder stopte.
De prijs keert terug naar een gebroken niveau.
Direct opnieuw traden om een verlies terug te halen.
Verhouding tussen wat je riskeert en wat je kunt winnen.
Index van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven.
Periode waarin een groot financieel centrum open is.
Verkopen. Je verdient als de prijs daalt.
Verschil tussen de verwachte en de werkelijke uitvoeringsprijs.
Het verschil tussen bid en ask. Een kostenpost per trade.
Order die je trade automatisch sluit bij een vooraf bepaald verlies.
Prijszone waar de daling eerder stopte.
Een lokale top: hoger dan de candles ernaast.
Een lokale bodem: lager dan de candles ernaast.
Order die je trade automatisch sluit bij een vooraf bepaalde winst.
De kleinste prijsstap bij futures.
Hoeveel tijd één candle voorstelt.
Logboek van al je trades inclusief gedrag en emoties.
Document met je markt, sessie, strategie, risico en gedragsregels.
Een verlieslimiet die mee omhoog schuift met je winst.
Een aanhoudende richting: op (HH/HL) of neer (LH/LL).